Coaching in het onderwijs?

Coaching is een manier om een individu te ondersteunen en uit te dagen om de eigen doelstellingen te bereiken. Lesgeven is traditioneel een manier om groepen die informatie en vaardigheden bij te brengen om doelstellingen te bereiken die vaak door anderen bepaald zijn.

Er zijn dus belangrijke verschillen tussen coachen en lesgeven. Het vraagt ook om andere kwaliteiten en vaardigheden. Coachen is in ieder geval niet hetzelfde als individueel lesgeven. En dat is precies wat veel leraren in een coachingsrol geneigd zijn om te doen als ze hierover geen vorming gevolgd hebben. Dan zien we ervaren leraren een taak als mentor opnemen en hun uiterste best doen om de beginnende leraar tips en tricks aan te leren voor de problemen die deze aanhaalt in het mentorgesprek. Dat is geen coaching. Of dan zien we een vakleraar als stagebegeleider een stagiair uitleggen waar dat lesonderdeel over gaat en hoe de stagiair dat moet overbrengen aan de leerlingen. Dat is evenmin coaching. Of we zien een leraar de juiste oplossingen geven bij het verbeteren van een taak die een leerling gemaakt heeft in het kader van begeleid zelfstandig leren. Ook dat is geen coaching.

Bij coaching laat je best de rol van vakspecialist zo snel mogelijk los, om de creativiteit van de gecoachte te kunnen aanboren en om je te kunnen laten verwonderen door de oplossingen die hij zelf bedenkt. Als coach begeleid je het proces en zorg je dat iemand het vertrouwen en de veiligheid ervaart die nodig zijn om het kwetsbare domein van zelfreflectie in te stappen. Je ondersteunt het zoek- en groeiproces door te luisteren, door openheid te creëren, door te aanvaarden. Niet door zelf in te vullen, oplossingen aan te dragen of te adviseren

Veel leraren die leren wat coaching is, vinden dat laatste vaak erg moeilijk. Ze hebben de beste intenties, ze willen de ander helpen. Maar in welke mate help je door een vis te geven? Hoe zou het zijn als de ander zelf ontdekt hoe hij kan vissen?

Om iemand te doen groeien zijn die twee zaken essentieel: ondersteuning én uitdaging. Wanneer beiden ontbreken, verandert er weinig bij de gecoachte, tenzij in de negatieve zin. Wanneer er meer uitdaging dan ondersteuning geboden wordt, voelt het snel bedreigend. Wanneer de coach zich beperkt tot ondersteunen alleen, is er wel bevestiging, maar nog geen groei. Ondersteuning én uitdaging zorgen voor groei.

In onze tweedaagse nascholingen over coachingsvaardigheden is het juist dat wat aan bod komt: door de juiste luister- en gesprekstechnieken leer je hoe je de ander kan ondersteunen. Met een aantal methodes, zoals vraag- en reflectietechnieken leer je hoe je de ander kan uitdagen, kan stimuleren.

Of het nu om het coachen van beginnende leraren, stagiairs, of leerlingen gaat, hen doen groeien in hun job of taak is waar het om draait. En in die zin is coaching geen alternatief voor lesgeven, het is iets wat daar op volgt: hoe kan ik de ander bijstaan in en stimuleren om zich te bekwamen in het toepassen van de lessen die hij of zij gekregen heeft. De eerste en verdere stappen in professionalisering dus. En coaching die dat bereikt, verdient haar plaats in ons onderwijs.

Maarten Van de Broek

Vonk en Visie